AFC-LOGO-OK-1-small 

Leer- en sfeermomentjes

maandag, 14 maart 2016,

Vroeg de deur uit om de trein te halen. Roep naar boven “tot vanavond” en trek jas aan. Krijg slaperig puberbromstem terug van zolder “goed je best doen op school”. “Jij ook hè” en sluit de deur. Zelfde tijdstip in de trein, zelfde coupé, zelfde groepje forensen, op weg naar werk, op weg naar school. Welk vak ik geef op school wordt gevraagd. Geven? Midden in een lachbui kan ik nog uitbrengen dat ik scholier Wmo ben. Nooit te oud om te leren.

Wmo, de Wet maatschappelijke ondersteuning sinds 2015 onder de hoede van een gemeente. Binnen de Wmo staat de eigen verantwoordelijkheid van de burger voor zijn zelfredzaamheid en participatie in de samenleving, eventueel met behulp eigen sociale netwerk, voorop. ‘Zelfregie’, ‘eigen kracht’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’ zijn veel voorkomende termen in de Wmo.

Het is een omschakeling, van bureaustoel naar schoolbank, van zakelijke dienstverlening naar sociaal domein. En eigenlijk valt het ook mee. Stoel of bank, je kunt er op zitten. Zakelijk of sociaal, het blijft dienstverlening. Werk of school, je kunt samenwerken en van elkaar leren. Uiteindelijk is alles te vergelijken met een voetbalelftal. Je werkt, leert, traint in een team, de sfeer moet goed zijn en een deadline van project of een examen is een wedstrijd.


Coach 1 heeft buitenveldse verplichtingen, Coach 2 ligt ziek op bed, of ik de uitwedstrijd over wil nemen. Na een aantal gelijkspellen nemen we dit keer de drie punten mee naar huis roep ik stoer. De eerste jongens komen op de fiets aangescheurd. Opstelling en wisselbeleid getoetst. “De achterlinie laten we zo, niet wisselen, want die staat als een huis.” Uitstekend, de jongens hebben in blinde paniek bij horen van de die-dag-coach blijkbaar zelf ook nagedacht over opstelling. Onze jongens scoren in ieder geval op ‘zelfregie’ en ‘zelfredzaamheid’.

In de auto’s en via de groepsapp wordt de opstelling en briefing aan elkaar doorgegeven. Ze maken goed gebruik van het ‘sociale netwerk’. Ik volg de telefoon op de achterbank. “Nee, de achterhoede blijft zo, die staat. Wie is aanvoerder? Oh, in die auto liggen de shirts. Ja, we zijn er bijna. Zouden we weer die ene scheids hebben?” Parkeren, kleedkamer, warming up, laatste aanwijzingen en beginnen maar. Vader 1 vlagt, vader 2 geeft de aanwijzingen door (mijn stem komt niet zo ver), vader 3 heeft warme plaid op reservebank gereed, moeder 2 de koffie en vrolijkheid. Ouders scoren punten op ‘participatie’. Nu moeten de jongens het op ‘eigen kracht’ doen.

En dat doen ze meer dan prima. Ze geven elkaar aanwijzingen, communiceren goed, nemen ‘eigen verantwoordelijkheid’, super teamwerk. Veel doorwisselen, nee niet de achterhoede, het is vreselijk koud, dus af en toe opwarmen onder de plaid en weer door het veld in, de sfeer is prima. Goed spel, mooie goals, winst en drie punten terug naar huis. De jongens zijn tevreden over hun spel, over de opstelling en het wisselbeleid. In de evaluatie krijg ik als die-dag-coach wel een verbeterpunt mee: ik had ze te weinig uitgescholden. Een leermoment die ik niet zag aankomen. Nooit te oud om te leren.

Luciënne van der Stouwe

Sportpark

Secretariaat

Volg ons ook op